Verslag Damavand

Geschreven door: Leonieke Glasbergen
Gepubliceerd op: 12 juli 2017

Leonieke en Damavand in Iran voor de beklimming

YES, het is gelukt: ik heb in Iran de piek van Mount Damavand bereikt!

Mijn eigen benen hebben me naar 5619 meter gebracht. Wat een ervaring! In het Engels heb je hier een prachtige uitdrukking voor: life-altering experience. Levensveranderend? hmmmm… werkt toch minder goed in het Nederlands. Ik hou het maar op life-altering want, eerlijk waar, ik heb het gevoel dat mijn leven is veranderd door deze ervaring.

De groep

We maken de klim met een groepje van zeven deelnemers (de jongste 27 en de oudste 55 jaar oud) en drie gidsen. Na mijn uitgebreide Mt. Damavand voorbereiding, had ik gehoopt dat ik tot één van de fittere deelnemers van de groep zou behoren. Dat bleek ijdele hoop te zijn. Vier van de zeven waren professionele berggidsen! Eén van hen beklom jaarlijks een paar keer Mount Elbrus, de hoogste berg van Europa (5642 meter).

Samen met een Fransman en Oekraïense behoorde ik tot de onervaren ‘groentjes’. Mijn plan om fitter te zijn dan de rest viel in duigen. Kan ik het tempo straks wel bijhouden? De moed zakte me in de schoenen.

Mijn verslag van de beklimming van Damavand in Iran

Ondanks de initiële twijfel begint de beklimming van Damavand heel voorspoedig. Na een slechte nacht in het basiskamp (2350 meter) waarin ik nauwelijks geslapen heb, starten we in prachtig weer. De moeheid heeft gelukkig geen vat op me, ik voel me energiek. Het zonnetje schijnt, de omgeving is prachtig. We lopen tussen stekelige struikjes, klaprozen, en geurige tijm en munt.

Klaprozen Damavand Iran

Dan begint het weer om te slaan: sneeuw, wind, hagel! Ik vind het heerlijk. Zo hoort dat in de bergen. Fleecevest en goretexjas aan en lopen maar.

Ik voel me fit, ben goed geacclimatiseerd, het gaat me eigenlijk heel gemakkelijk af tot advanced camp (4350 meter). Bij aankomst worden we gestimuleerd om veel kruidenthee te drinken. Veel drinken helpt bij het acclimatiseren. Terwijl sommigen op bed gaan liggen om bij te komen, voel ik me prima. Ik drink het ene theetje na het andere. De volgende dag word het lastiger.

Damavand advanced camp in de sneeuw

Acclimatisatiedag op Damavand

De lucht is opgeklaard en de zon laat de sneeuw in ons kamp snel smelten.

Om verder te acclimatiseren klimmen we naar 4815 meter, net iets hoger dan de Mont Blanc. Ik bemerk een lichte hoofdpijn maar denk op dat moment dat het komt doordat ik al dagen met een rugzak en zware camera om m’n nek loop.

Weer terug in het advanced camp worden de symptomen van hoogteziekte steeds duidelijker. Naast de hoofdpijn begin ik ook misselijk te worden. Ik krijg een suikerwatertje. Oef, suiker ben ik absoluut niet gewend. Dat kwam dan ook niet goed aan. Overgeven. Hè bah, ik heb het te pakken.

Het liefst wil ik op bed gaan liggen om te slapen maar ik weet dat het beter is om in beweging te blijven. Op een slakkentempo loop ik rondjes door het kamp. Soms worden de misselijkheid en hoofdpijn me te veel en ga ik even op bed liggen, dommel in slaap, om daarna weer een rondje te maken.

Uitzicht op Alboerzgebergte vanuit Damavand advanced camp

De dag vordert en we gaan ’s avonds aan tafel. Het is al uren geleden dat ik terug was gekomen in het kamp, maar mijn hoofdpijn en misselijkheid zijn nog steeds niet afgenomen. De volgende dag zullen we de piek van Damavand beklimmen.

Ik begin het somber in te zien en ben bang dat ik niet eens mee zal kunnen. En dat terwijl ik me de dag ervoor zo goed heb gevoeld.

Het team van gidsen besluit dat ik een kleine dosis dexa (dexamethason) kan gebruiken in combinatie met ibuprofen.

Oei, dat klinkt meteen best wel spannend, dexamethason. Het blijkt een corticosteroïde te zijn, dat lijkt op het lichaamseigen cortisol, alleen dan een stuk sterker.

Eén zo’n pilletje kan geen kwaad (bevestigt later ook mijn huisarts die zelf klimmer is). Integendeel, het blijkt me enorm goed te helpen. Ik voel langzaam het zware gevoel uit m’n hoofd wegzakken en begin weer helder te worden.

Beklimming van de piek van Damavand

Na een goede nachtrust word ik kiplekker wakker. De tocht naar de piek van Damavand kan beginnen. De Oekraïense deelneemster had last van duizelingen en moest daardoor afzien van de klim. Met zes deelnemers en vier gidsen (de kampmanager gaat ook mee) staan we om 4:00 uur op en verlaten het kamp om 5:00 uur.

De zon is nog maar net op. Het tempo zit er flink in. We lopen een stuk sneller dan de dag ervoor.

Al snel komen we op een bergrug. Wat een helse wind hier. Ik ben goed ingepakt en ik heb het niet koud, maar de wind trekt aan m’n rugzak. De wind zet me opzij en ik heb moeite om overeind te blijven. Hoe ga ik dit doen? Een gids komt toegesneld om me te ondersteunen. De leider van de expeditie kiest een pad weg van de bergrug en weg uit de sterke wind. Dan gaat het beter. Maar het koste me veel energie. Het tempo blijft hoog.

Pauzes in de beklimming

We komen bij een plekje in de luwte waar we even pauze kunnen houden. “Eight minutes!” wordt er geroepen.

De expeditie wordt met militaire discipline gerund. En met reden. De leider van de expeditie bepaalt. Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van de groep. Dit is geen wandelingetje over de hei; we begeven ons in een domein waar mensen eigenlijk niet thuis horen. De natuur heerst hier. En die is bikkelhard.

We moeten de piek op tijd bereiken. Als we te laat aankomen, dan kan dat potentieel gevaar opleveren voor de afdaling.

Acht minuten dus voor de pauze. Poeh. Buiten adem vind ik een steen om op te zitten. Tegen de tijd dat ik zit en mijn rugzak af heb gedaan zijn er al twee minuten voorbij. Straks heb ik ook weer een minuut nodig om handschoenen aan te doen, mijn rugzak om te slingeren en m’n wandelstokken in m’n handen te nemen. Er blijven vijf minuten over.  Snel werk ik een paar happen van m’n snacks naar binnen en drink een paar slokken gemberthee. Het is lastig eten en drinken terwijl je nog uit zit te puffen van de inspanning.

Uitzicht Damavand tijdens beklimming piek

Het is duidelijk de hoogte die me parten speelt. Maar wat een uitzicht! We kijken uit over de bergen om ons heen. We kunnen al duidelijk de bolling van de aarde zien. De bergkam waarover we omhoog gekomen zijn lijkt zo smal, nu we goed zicht hebben op de dalen eromheen.

Het lukt nog net om een fotootje te maken en dan vertrekken we weer. Ik weet dat ik te weinig heb gegeten en gedronken, maar het is niet anders. Ik ga er vanuit dat ik voldoende reserves heb om op te teren.

Boven de 5000 meter

We lopen verder omhoog en passeren de 5000 meter. In m’n rugzak heb ik een camelback gevuld met water. Het lukt me niet om een slok te nemen. Het is kiezen tussen doorlopen en ademen of stilstaan om te drinken. Drinken terwijl ik loop lukt me niet, te druk met ademhalen. Maar stilstaan is ook geen optie. Ik heb onvoldoende zuurstof om het gat in onze looprij daarna weer in te halen. Boven de 5000 meter is nog maar 50% van de zuurstof die we op zeeniveau inademen beschikbaar.

De hoofdpijn en misselijkheid van de dag daarvoor zijn terug. In iedere schaarse pauze die we krijgen eet en drink ik weer wat. Maar het wordt steeds lastiger om te eten. Mijn maag protesteert. Ik duw droge stukjes gekookte aardappel naar binnen en spoel het weg met een slokje water of gemberthee. De rest van de groep prefereert suikersnoepjes, maar ik moet daar al helemaal niet aan denken.

Beklimming Damavand Iran

Het landschap om ons heen blijft veranderen. We komen bij een steile rotspartij. Op normale hoogte zou ik dit fantastisch vinden. Je optrekken aan de rotsen boven je, de berg als speeltuin. Maar nu… iedere grote stap die ik omhoog moet nemen bereid ik voor door een paar keer flink diep in te ademen. Het beukt in m’n hoofd, een golf van misselijkheid. Ik moet steeds even inhouden om weer op adem te komen.

Ik weet dat hoogteziekte levensbedreigend kan worden. Door de toenemende druk op de longen en op de hersenen kan er een long- of hersenoedeem ontstaan. Je maakt dan alleen nog maar kans als je heel snel naar lager gebied weet te dalen.

Als we even zitten zakt de hoofdpijn direct weg. Gelukkig. Het is oké met me. Zodra we opstaan en verder lopen is de bonkende pijn echter weer terug.  Maar ik heb ergere hoofdpijnen gehad. Toch schreeuwen mijn instincten dat ik moet stoppen, dat ik moet liggen, dat ik moet slapen… maar ik loop door. Stapje voor stapje.

Onze Iraanse gidsen lijkt de hoogte totaal niet te deren. Twee van hen gaan vooruit om de juiste route met rode vlaggetjes te markeren. Zonder die vlaggetjes zouden we vanaf de top gemakkelijk op een onveilige route naar beneden terecht kunnen komen.

We steken een kleine gletsjer over. De natuur heeft hier werkelijk een kunstwerk gecreëerd. In een spel van wind en ijs zijn gekartelde gleuven ontstaan, die er uitzien als witte golfjes in een klotsende zee van ijs. Bijna niet voor te stellen dat we op zo’n ongerepte plek zijn.

Laatse 100 meter naar de top van Damavand

Mijn stappen worden steeds kleiner. Voor iedere twee stappen die de expeditieleider zet, zet ik er vier. We naderen de laatste 100 meter stijgen. De groep splitst zich op.

Ik ga samen verder met één van de gidsen. Ik voel me hondsberoerd. De tranen staan me in de ogen. “You can go even slower”, zegt hij terwijl hij achter me loopt en naar mijn ademhaling luistert. Hij begint hardop te tellen om de maat aan te geven van de stappen die ik moet zetten. Op iedere stap volgt een korte pauze. “One…… two……”. Mijn gejaagde ademhaling begint rustiger te worden en ik krijg weer het gevoel dat ik het aankan.

Zo dicht bij de top is het duidelijk te merken dat Damavand een sluimerende vulkaan is. Om ons heen grijs puin en wituitgeslagen stenen. Af en toe ruik ik de kenmerkende rotte-eieren-lucht van zwavel. Ik zie de eerste zwavelstenen. “You’re almost there”.

En dan ben ik er! Wat een ontlading. Ik kan mijn tranen niet bedwingen. We omhelzen elkaar, alle deelnemers en alle gidsen. We hebben het met z’n allen gedaan.

Summit Damavand Iran

De piek van Damavand

Vlakbij de piek spuwt de berg witte wolkjes uit fumarolen. We bedekken allemaal onze neuzen en monden wanneer de wind de dampen onze kant op blaast. De giftige zwaveldampen kunnen de ademhaling beschadigen. We kunnen hier maar kort blijven.

Het voelt surrealistisch om bovenop Damavand te staan. Ik had verwacht dat het bereiken van de piek me het euforische gevoel zou geven dat ik de hele wereld aankon, dat ik de berg had “overwonnen”. Maar terwijl ik daar bovenop Damavand sta overheersen andere gevoelens. Ik voel ontzag en eerbied voor de berg. Ik voel opluchting, kameraadschap en dankbaarheid. Oké, en een tikkeltje euforie.

Natuurlijk ben ik ook ongelooflijk trots dat ik het gehaald heb. Hoe zwaarder de tocht, hoe groter de beloning. Nu ik weer terug ben in Nederland beginnen de herinneringen aan het afzien al af te nemen. Wat overblijft is de fantastische ervaring van daar te mogen zijn, op zo’n onmenselijk mooie plek.

De eerste dag dat ik thuis was zat ik al achter mijn laptopje te speuren naar de volgende berg die ik kan beklimmen. Dit smaakt naar meer.

Damavand, ik kom terug!

Wil jij ook Damavand beklimmen?

Niet alleen de bergbeklimming is een ongelooflijk mooie ervaring, je wordt ook ondergedompeld in Iraanse cultuur.

We werken met de best mogelijke partner in Iran voor de beklimming van Damavand. Onze gidsen ademen bergsport. In hun vrije tijd trekken ze zelf ook de bergen in. Sommige weten je alles over planten en vlinders te vertellen, de volgende deelt zijn kennis over de sterrenhemel, en weer een ander zingt traditionele Iraanse bergliederen tijdens het klimmen.

Je beklimt Damavand via een prachtige, rustige route. We kiezen bewust niet voor de zuidelijke route. Door de grote populaiteit van de zuidelijke route kan het namelijk voorkomen dat je samen met 1000 anderen de berg beklimt. Dat betekent veel lawaai en veel rotzooi op de berg. De route die je met ons loopt is zeer rustig (ik kwam alleen bij de afdaling een paar trekkerstentjes tegen) en daardoor schoon, ongerept en puur.

Je slaapt in privékampen, die over de beste faciliteiten van Damavand beschikken. Dat betekent dat je in een tweepersoonstent slaapt (in plaats van een grote slaapzaal) en dat je gebruik kunt maken van een schoon, milieuvriendelijk (en geurloos!) toilet. Bovendien is er een gezamelijke eettent, waar dagelijks verse maaltijden geserveerd worden die door muilezels van het basiskamp naar boven worden gebracht.

De beklimming van Damavand is alleen mogelijk in de zomermaanden. Het seizoen begint meestal halverwege juni en loopt door tot ongeveer half september. Je kunt het beste juli of augustus aanhouden.

Bel ons op 035-7724396 voor meer informatie, of stuur een email naar info@yourplanettravel.nl ons als je interesse hebt.

Lees meer verhalen